Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/342

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

land der Thebanen. Daar verwoestte hij de velden der Thebanen, hoewel zij met de Meden waren, niet uit vijandschap tegen hen, doch door grooten dwang om een versterking voor zijn leger op te richten en als de slag niet afliep zooals hij wenschte, een toevluchtsoord te hebben. Zijn kamp reikte te beginnen bij Erythrae langs Hysiae, en strekte zich uit tot het Plataeïsche land, langs de rivier de Asopus zich uitbreidend. Niet dat hij den muur zoo groot maakte, maar aan iedere zijde ongeveer tien stadiën lang.

16. Terwijl de barbaren dat werk hadden, maakte Attaginus, zoon van Phrynon, een Thebaan, groote toebereidselen en noodigde Mardonius zelf en vijftig van de aanzienlijkste Perzen op een gastmaal, en deze kwamen op de uitnoodiging: het maal werd in Thebae gehouden. Maar wat nu volgt heb ik gehoord van Thersander, een Orchomeniër, een der aanzienlijkste mannen in Orchomenus. Thersander verhaalde, dat hij ook zelf door Attaginus op dat maal genoodigd was, en ook vijftig Thebanen waren genoodigd, en zij lagen niet gescheiden van elkander aan, doch op ieder bed een Pers en een Thebaan. Toen zij na het maal aan het drinkgelag waren, vroeg zijn Perzische buurman hem in de Helleensche taal vanwaar hij was, en hijzelf antwoordde, van Orchomenus. En gene sprak: „daar ge nu mijn dischgenoot en drankgenoot geweest zijt, wil ik u een aandenken van mijne gezindheid achterlaten, opdat gij van te voren geraden besluiten kunt tot wat voor u zelf nuttig is. Ziet gij deze Perzen feesten en het leger, dat zij bij de rivier gekampeerd achtergelaten hebben? Van al dezen zult ge weinig tijd verder weinigen slechts in leven zien." Dit sprak de Pers en met stortte hij vele tranen. En gene verbaasde zich over het woord en sprak tot hem: „moet gij dat