stonden driehonderd Hermioniërs. Op de Hermioniërs volgden zeshonderd Eretriërs en Styreërs, op dezen vierhonderd Chalcidiërs en op dezen vijfhonderd Ampracioten. Naast hen stonden achthonderd Leucadiërs en Anactoriërs, en naast hen tweehonderd Paleërs uit Cephallenië. Naast hen waren vijfhonderd Egineten geschaard, en naast dezen drieduizend Megareërs. Op hen volgden zeshonderd Plataeërs. De laatste en ook de eerste plaats hadden de Atheners met den linkervleugel, achtduizend in getal: hun aanvoerder was Aristides, zoon van Lysimachus.
29. Dezen, behalve de zeven bij iederen Spartaan geschaarden, waren zwaargewapend, zijnde in getal te samen drie tienduizenden en acht duizenden en zeven honderd tallen. Zoovelen dan waren de zwaargewapenden tegen den barbaar bijeengebracht, en het aantal der lichtgewapenden was dit: in de Spartaansche afdeeling vijf en dertig duizend mannen, zijnde zeven bij iederen man, en ieder van hen was voor den oorlog toegerust. Delichtgewapenden der overige Lacedaemoniërs en Hellenen, daar er een op iederen zwaargewapende was, waren vijfhonderd en vier duizenden en drie tienduizenden.
30. Van al de strijdbare lichtgewapenden was dus het aantal zes tienduizenden en negen duizenden en vijf honderden, en van het gansche Helleensche leger in Plataeae bijeengekomen, zwaargewapenden en strijdbare lichtgewapenden te samen, elf tienduizenden op één duizendtal en nog achthonderd mannen na. Doch met de aanwezige Thespiërs kwamen de elf tienduizenden vol; want ook de overgeblevenen der Thespiërs waren in het kamp aanwezig, in getal achthonderd en duizend, doch zware wapenen hadden ook dezen niet. Dezen dan waren geschaard en kampeerden bij de Asopus.
31. Toen de barbaren bij Mardonius Masistius genoeg