Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/352

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

betreurd hadden, trokken zij, hoorend van de komst der Hellenen in Plataeae, ook zelf naar de Asopus, die daar stroomt. En aangekomen, werden zij door Mardonius aldus geplaatst. Tegenover de Lacedaemoniërs plaatste hij de Perzen. En de Perzen overtroffen genen immers verreweg in aantal, en zij werden dan in meer gelederen geplaatst en reikten nog tot tegenover de Tegeaten. Hij plaatste hen zóó : wat het krachtigste deel was, dat koos hij geheel uit en schaarde het tegenover de Lacedaemoniërs, doch het zwakkere deel daarnaast tegenover de Tegeaten. Dit deed hij op aansporen en den raad der Thebanen. Naast de Perzen plaatste hij de Meden ; dezen kwamen tegenover de Corinthiërs met de Potidaeërs en de Orchomeniërs met de Sicyoniërs. Naast de Meden plaatste hij de Bactriërs ; dezen kwamen tegenover de Epidauriërs en de Troezeniërs, de Lepreaten en de Tirynthiërs, de Mycenaeërs en de Phliasiërs. Naast de Bactriërs plaatste hij de Indiërs ; dezen kwamen tegenover de Hermioniërs en de Eretriërs, de Styreërs en de Chalcidiërs. Naast de Indiërs plaatste hij de Sacen, die tegenover de Ampracioten en de Anactoriërs, de Leucadiërs, de Paleërs en de Egineten kwamen. Naast de Sacen plaatste hij tegenover de Atheners met de Plataeërs en de Megareërs, de Boeotiërs met de Locriërs, de Maliërs met de Thessaliërs, en de duizend Phociërs ; want niet alle Phociërs waren met de Meden, doch eenigen van hen ondersteunden de zaak der Hellenen, ingesloten bij den Parnassus, en van daar vielen zij met roof en plundering het leger van Mardonius aan en de Hellenen die met hem waren. Hij plaatste ook de Macedoniërs en hen, die bij Thessalië woonden, tegenover de Atheners.

32. Dit zijn de namen van de grootste der volkeren onder Mardonius' bevel, en deze waren ook de meest aanzienlijke en belangrijke. Doch er waren ook nog man