Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/354

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

van Tisamenus niet kampen van het lichaam doch van den oorlog gold, trachtten Tisamenus door loon te overreden tegelijk met de koningen der Heracliden aanvoerder in den oorlog te zijn. En hij ziende, dat de Spartanen hem zeer gaarne tot vriend hadden, stelde daarom zijn eisch hooger, en gaf hun te kennen, als zij hem medeburger maakten met alle rechten, dan zou hij het doen, voor een ander loon niet. De Spartanen, toen zij dit hoorden, ergerden zich eerst zeer en wilden geheel afzien van den eisch; ten slotte echter door groote vrees bevangen voor dezen Perzischen veldtocht, willigden zij in en gaven toe. Hij nu begreep hun verandering en zeide, hij was daarmede alleen niet meer tevreden, maar ook zijn broeder Hagias moest Spartaan worden op dezelfde voorwaarden als hij zelf het werd.

34. In deze woorden bootste hij Melampus na, als men het eischen van koningschap en burgerschap vergelijken kan. Want ook Melampus immers, toen de vrouwen in Argos tot razernij vervallen waren, en de Argiven hem voor loon uit Pylus wilden laten komen om de vrouwen van hun ziekte te bevrijden, eischte als loon de helft van het koningschap. De Argiven weigerden dit en gingen heen, doch toen meer vrouwen aan het razen vielen, zoo dan wilden zij toegeven wat Melampus geëischt had en zouden hem dat schenken. Maar hij, toen hij hen veranderd zag, eischte nog meer, bewerende, als zij ook zijn broeder Bias niet een derde deel van het koningschap gaven, niet te zullen doen wat zij wilden. De Argiven nu, in de engte gedreven, stonden ook dat toe.

35. En evenzoo stonden de Spartanen, want zij hadden Tisamenus zéér noodig, hem alles toe. En toen de Spartanen ook dat toestonden, zoo dan hielp Tisamenus, de Eleër. Spartaan geworden, als waarzegger hen vijf