daad, daar hij door wachters bewaakt werd, groef hij den muur door en ontvluchtte naar Tegea, des nachts loopend, doch over dag verborg hij zich in het bosch en bleef daar, zoodat hij, terwijl de Lacedaemoniërs allen hem zochten, in den derden nacht te Tegea kwam, en genen in groote verbazing kwamen over zijn waagstuk, daar zij de helft van zijn voet zagen liggen, doch hem zelf niet vinden konden. Toen dan ontkwam hij zoo aan de Lacedaemoniërs en vluchtte naar Tegea, te dien tijde niet in vriendschap met de Lacedaemoniërs ; en na zijn genezing maakte hij zich een houten voet en gaf zich openlijk als vijand der Lacedaemoniërs te kennen. Evenwel liep die vijandschap met de Lacedaemoniërs ten slotte niet goed voor hem af, want als waarzegger op Zacynthus zijnde, werd hij door hen gegrepen en gedood.
38. De dood van Hegesistratus geschiedde evenwel na de Plataeïsche gebeurtenissen, doch toen, door Mardonius voor een niet gering loon gehuurd, bracht hij offers bij den Asopus en was zeer ijverig, zoowel uit haat tegen de Lacedaemoniërs als uit zucht naar winst. Toen de teekens niet gunstig waren voor een slag, noch bij de Perzen zelf, noch bij de Hellenen met hen (want ook dezen hadden hun eigen waarzegger, Hippomachus, een Leucadiër), en de Hellenen toestroomden en talrijker werden, ried Timagenides, zoon van Herpys, een Thebaan, Mardonius aan de passen van den Cithaeron te bewaken, bewerende dat de Hellenen den ganschen dag door steeds toestroomden en hij er velen grijpen zou.
39. Acht dagen lang nu waren zij reeds tegenover elkander gelegerd, toen gene Mardonius dien raad gaf. En deze, inziende dat die raad goed was, zond, toen het nacht geworden was, de ruiterij naar de Cithaeronpassen, die naar Plataeae gaan, en door de Boeotiërs