toe te rusten en in gereedheid te brengen, daar den volgenden ochtend de slag geschieden zou.
43. Het orakel echter, dat volgens Mardonius ' woorden de Perzen betrof, dat was, naar ik wel weet, op de Illyriërs en het leger der Encheleërs[1] gemaakt, maar niet op de Perzen. Doch het volgende is door Bacis op dezen slag gemaakt:
Samenkomst der Hellenen, en wild geschreeuw der barbaren, [2]
Waar zij vallen in scharen, nog voor hun de dood was beschoren,
Zij, de boogdragende Meden, bij 't komen des dags van het noodlot.
Deze spreuk nu en vele andere daarop gelijkende van Musaeus doelden, naar ik weet, op de Perzen. De rivier de Thermodon stroomt tusschen Tanagra en Glisas.
44. Na dit onderzoek naar de orakels en Mardonius' aansporing kwam de nacht en zij zetten wachten uit. Toen de nacht reeds ver gevorderd was en er rust scheen te zijn in het kamp en de menschen zeker in slaap, toen reed Alexander, zoon van Amyntas, veldheer en koning der Macedoniërs, te paard naar de wachten der Athenersen verlangde de veldheeren te spreken. De meeste wachten nu bleven daar, doch enkele liepen naar de veldheeren, en daar gekomen zeiden zij dat een mensch te paard uit het kamp der Meden was gekomen, die geen ander woord zeide, doch de veldheeren bij name noemde, en beweerde hen te willen spreken.
45. Toen genen dat hoorden, gingen zij terstond mede naar de wachtposten, en bij hun komst sprak Alexander het volgende: „mannen Atheners, ik geef u deze woor-