Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/36

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

het volgende. Zij schoren de vlakte der Phalereërs glad, en die streek berijdbaar voor de paarden makend, zonden zij de ruiterij op het kamp der vijanden af. En daarop gevallen doodde deze vele anderen der Lacedaemoniërs en dan ook Anchimolius, en de overgeblevenen drongen zij weg in de schepen. Zoo eindigde de eerste tocht uit Lacedaemon, en het graf van Anchimolius is te Alopecae in Attica, dicht bij het heiligdom van Heracles in Cynosarges.

64. Daarna rustten de Lacedaemoniërs een grooter leger uit en zonden dat naar Athene, terwijl zij als aanvoerder van het leger Cleomenes, zoon van Anaxandridas, aanstelden, en zij zonden hem niet meer over zee doch over land. En toen zij in het Attische land vielen, trof de ruiterij der Thessaliërs het eerst met hen samen en werd na korten tijd op de vlucht geslagen, en er vielen van hen over de veertig mannen, en de overgeblevenen trokken, zonder oponthoud, terstond naar Thessalië. Doch Cleomenes in de stad gekomen met hen der Atheners, die vrij wilden zijn, belegerde de in de Pelasgische sterkte opgesloten heerschers.

65. En toch zouden de Lacedaemoniërs de Pisistraden daarom niets méér verdreven hebben; want zij waren niet van zins een goed beleg te ondernemen, en de Pisistratiden waren wel voorzien van spijs en drank; zij zouden weinige dagen belegerd hebben en dan naar Sparta zijn teruggekeerd, — doch nu overkwam een toeval den eenen als onheil, den anderen hetzelfde toeval als helper; want toen de zonen der Pisistratiden heimelijk uit het land zouden gebracht worden, werden zij gevangen genomen. Toen dit geschied was, geraakte hun toestand geheel in de war, en zij gaven zich over, voor den prijs hunner kinderen, op de voorwaarden door de Atheners gesteld, zoodat zij in vijf dagen uit Attica zouden wijken.