Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/363

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

want zij hadden geen kost meer en hun dienaren, naar den Peloponnesus afgezonden om voedsel te halen, waren door de ruiterij afgesloten en konden niet in het kamp komen.

51. En de veldheeren besloten na beraadslaging, zoo de Perzen dien dag den slag verschoven, naar het eiland te gaan. Dit ligt tien stadiën van de Asopus en de Gargaphische bron, waarbij zij toen gekampeerd waren, vóór de stad der Plataeërs. Het zou dan een eiland in het vaste land zijn: de rivier splitst zich bovenaan in tweeën en stroomt van den Cithaeron omlaag in de vlakte, zij houdt de armen ongeveer drie stadiën van elkander, en daarna vereenigt zij zich weder. Haar naam is Oëroë; de menschen van het land noemen haar een dochter van Asopus. Naar die plaats besloten zij te trekken, opdat zij water in overvloed hadden en de ruiters hun geen kwaad zouden doen, gelijk zij deden, toen zij vlak tegenover hen stonden. En zij besloten met de tweede nachtwake zich te verplaatsen, opdat de Perzen hen niet zagen wegtrekken en de ruiters hen volgen en hinderen zouden. En in die plaats gekomen, door Oëroë. Asopus' dochter, die van den Cithaeron afstroomt, omgeven, besloten zij nog in denzelfden nacht de helft van het leger naar den Cithaeron te sturen, om de dienaars, op levensmiddelen uitgegaan, op te vangen, want dezen waren op den Cithaeron ingesloten.

52. Na dit besluit, hadden zij dien ganschen dag, door de aanvallen der ruiterij, veel last te lijden. Toen de dag verstreken was en de ruiters ophielden, toen, nadat de nacht was gekomen en het uur van den aftocht bepaald, toen verhieven de meesten zich en trokken weg, niet met het plan naar de afgesproken plaats te gaan, maar, eens in beweging, vluchtten zij gaarne voor