Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/368

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

steunen, die het meest in nood is. Mocht het echter u onmogelijk zijn zelf te hulp te schieten, zendt gij ons dan uw boogschutters en gij zult ons ter wille zijn. Want ook wij weten, dat gij in dezen oorlog verreweg de ijverigsten waart, zoodat ge ook hiernaar luisteren zult."

61. Toen de Atheners dit vernamen, maakten zij zich gereed hen te helpen en zoo goed mogelijk te verdedigen; en toen zij reeds optrokken vielen de tegenover hen geplaatste Hellenen uit des konings leger hen aan, zoodat zij niet meer te hulp konden komen, want de aanvallers brachten hen in moeilijkheid. En zoo dan werden de Lacedaemoniërs en de Tegeaten alleen gelaten, zijnde met de lichtgewapenden erbij, in getal, de eersten vijftigduizend, de Tegeaten drieduizend (want dezen hadden niet willen scheiden van de Lacedaemoniërs), en zij offerden om met Mardonius en het leger bij hem slag te leveren. Maar de offers wilden nu niet gunstig zijn, en velen van hen vielen in dien tijd en veel meer nog werden er gewond; want de Perzen maakten een wal van hun schilden en schoten een geweldig aantal pijlen zoozeer dat, wijl de Spartanen in het nauw waren en de offers niet gunstig. Pausanias opkeek naar den Heratempel der Plataeërs en de godin aanriep, haar smeekend dat zij toch niet in hun verwachting bedrogen mochten worden.

62. Terwijl hij nog aldus de godin aanriep, braken de Tegeaten het eerst op en rukten tegen de barbaren aan, en terstond na Pausanias' bede werden bij de Lacedaemoniërs de offerteekenen gunstig, en toen dit eindelijk geschied was, rukten ook zij tegen de Perzen op en de Perzen tegen hen, de bogen wegleggend. Eerst nu was er strijd bij de schilden. Doch toen deze gevallen waren, ontstond een heftig gevecht vlak bij den