tempel van Demeter en deze duurde lang, totdat zij handgemeen werden. Want de barbaren grepen de lansen vast en braken ze. In moed nu en kracht deden de Perzen niet onder, doch zij waren lichtgewapend en bovendien ongeoefend en niet in bekwaamheid aan hun tegenstanders gelijk, doch zij stormden aan, alleen of tien tegelijk of in kleinere en grootere groepen, en wierpen zich op de Spartanen en kwamen om. 63. Waar Mardonius zelf was, strijdend op een wit paard gezeten en met duizend uitgekozenen van de dapperste Perzen bij zich, daar brachten zij ook hun vijanden het meest in het nauw. Zoolang nu Mardonius nog leefde, hielden zij stand en verdedigden zich en wierpen velen der Lacedaemoniërs neder, maar toen Mardonius gedood was en de om hem geplaatsten, de krachtigste schaar, gevallen, zoo dan wendden ook de anderen zich om en weken voor de Lacedaemoniërs. Want het meest benadeelde hen hun gewaad dat geen verdediging gaf, want lichtgewapend moesten zij tegen zwaargewapenden den kamp ondernemen.
64. Toen dan werd de boete voor den dood van Leonidas, volgens het orakel door Mardonius aan de Spartanen betaald, en de schoonste overwinning van alle die wij kennen, bevocht Pausanias, zoon van Cleombrotus, zoon van Anaxandridas, de namen van zijn vroegere voorouders zijn bij Leonidas genoemd, want die waren voor beiden dezelfden. Mardonius werd gedood door Aeimnestus, een aanzienlijk man in Sparta, die in later tijd na den Medischen krijg met driehonderd mannen bij Stenyclerus, toen er oorlog was met de gansche Messenische macht tot een treffen kwam, en zelf sneuvelde en ook de driehonderd.
65. Toen nu de Perzen bij Plataeae door de Lace-