daarover: het eene, dat hij aan den gordel van zijn pantser met een metalen ketting een ijzeren anker gebonden had, dat hij telkens uitwierp, als hij dicht bij de vijanden gekomen was, opdat de vijanden als zij uit hun rij vielen, hem niet van zijn plaats zouden brengen, en gingen de vijanden op de vlucht, dan was zijn voornemen het anker op te nemen en zoo hen te achtervolgen. Dit verhaal is dan zoo, doch het andere is met het eerstgenoemde in tegenspraak, en zegt, op zijn schild, dat steeds in beweging was en nooit rust hield, droeg hij een anker als teeken, en geen ijzeren aan het pantser gebonden.
75. Sophanes heeft nog een andere luisterrijke daad verricht, daar hij, toen de Atheners Egina belegerden[1]. Eurybates, den Argiver, een man van den vijfkamp, op een uitdaging doodde. In later tijd overkwam het Sophanes zelf, toen hij zich dapper gedroeg en aanvoerder der Atheners was, dat hij tegelijk met Leagrus, den zoon van Glaucon, door de Edonen bij Datus<ref>In 466 v. Chr. Datus lag in Thracië.<ref>gedood werd in den strijd om de goudmijnen.
76. Toen de barbaren bij Plataeae door de Hellenen verslagen waren, toen kwam een vrouw tot hen overgeloopen, die, toen zij de vernietiging der Perzen en de overwinning der Hellenen vernomen had, zij was de bijzit van Pharandates, zoon van Teaspis, een Pers -, met veel goud getooid, zij zelf en haar dienaressen, en met het schoonste gewaad, dat zij had, uit haar wagen steeg en tot de Lacedaemoniërs ging, die nog aan het dooden waren; en toen zij Pausanias alles daar zag bevelen, en vroeger reeds zijn naam kende en zijn vader-
- ↑ Verg. VI. 92.