Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/378

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

met goud en zilver versierd, en vergulde en verzilverde rustbedden, en gouden mengvaten en bekers en ander drinkgerij ; en zakken vonden zij op de wagen, waarin ketels bleken te zijn, gouden en zilveren; en zij namen van de daar liggende lijken de armbanden en halsketens weg, ook de dolken, die van goud waren, terwijl er op de bonte gewaden gansch niet gelet werd. Daar stalen de heloten veel en verkochten het aan de Egineten, en veel ook gaven zij over, dat zij niet hadden kunnen verbergen, zoodat de groote rijkdommen der Egineten oorspronkelijk daarvan gekomen zijn, daar zij het goed van de heloten kochten, alsof het koper was.

81. Zij brachten dan de schatten bijeen en zonderden een tiende af voor den god in Delphi, en daarvan werd de gouden drievoet gewijd, die op de driekoppige metalen slang staat, vlak bij het altaar ; en zij zonderden een tiende voor den God in Olympia af en wijdden daarvoor den metalen Zeus van tien ellen ; en ook voor den god op den Isthmus, waarvoor de metalen Poseidon van zeven ellen gemaakt werd, en na dat afgezonderd te hebben verdeelden zij het overige, en ieder ontving wat hem toekwam, en de bijwijven der Perzen en het goud en het zilver en de andere schatten en de lastdieren. Hoe- veel nu als bijzonder geschenk gegeven werd aan hen, die te Plataeae uitmuntten, wordt door niemand vermeld, doch ik vermoed dat ook dezen iets ontvingen. Voor Pausanias echter werd alles tienmaal afgezonderd en hem gegeven, vrouwen, paarden, talenten, kameelen, en evenzoo ook de andere schatten.

82. Ook dit nog zou geschied zijn, dat Xerxes uit Hellas vluchtend zijn eigen uitrusting voor Mardonius achterliet. Toen Pausanias nu Mardonius' tent zag met goud en zilver en bonte tapijten versierd, beval hij aan