Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/383

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Ionië. Want terwijl de Hellenen bij Delos lagen, zij, die met Leutychides den Lacedaemoniër op de schepen gekomen waren, kwamen van Samus boden tot hen: Lampon, zoon van Thrasycles, en Athenagoras, zoon van Archestratidas, en Hegesistratus, zoon van Aristagoras, door de Samiërs afgezonden buiten weten van de Perzen en den alleenheerscher Theomestor, zoon van Androdamas, dien de Perzen tot alleenheerscher van Samus hadden aangesteld. En na hun komst bij de aanvoerders sprak Hegesistratus veel en velerlei, dat, als de Ioniërs hen maar zagen, zij opstaan zouden tegen de Perzen, en de barbaren hun niet weerstaan; en mochten zij ook weerstand bieden, dan konden de Hellenen geen tweede vangst vinden aan deze gelijk, en de gemeenschappelijke goden aanroepend spoorde hij hen aan Helleensche mannen uit slavernij te redden en den barbaar te verjagen. En gemakkelijk, zei hij, konden zij dat doen; want de schepen der barbaren; voeren slecht en waren tegen de Helleensche niet opgewassen; zij zelf echter, als er argwaan op verraad van hun kant bestond, waren bereid als gijzelaars op de Helleensche schepen mede te gaan.

91. Toen nu de Samische gast met aandrang smeekte, vroeg Leutychides, hetzij hij als voorteeken het vernemen wilde, hetzij door goddelijke beschikking: „ o Samische gast, welke is uw naam?" Gene zeide: „Hegesistratus." En de ander sneed de verdere toespraak af, zoo Hegesistratus nog wat zeggen wilde, en sprak: „ ik neem het teeken van Hegesistratus[1] aan, o Samische gast; gij echter, zorg dat ge vóór uw vertrek trouw

  1. ↑ De naam Hegesistratus beteekent: aanvoerder des legers.