Euenius blind hadden gemaakt, terstond daarop wierpen de schapen niet meer, en eveneens bracht de aarde geen vrucht voort. Zij kregen echter te Dodona en te Delphi orakels, toen zij vroegen wat de oorzaak van het onheil bij hen was, dat zij ten onrechte Euenius, den bewaker der heilige schapen, blind hadden gemaakt; want zij zelf[1] hadden de wolven aangedreven, en niet eerder zouden zij ophouden genen te wreken, voor zij hem die voldoening voor hun daad gaven, die hij zelf zou kiezen en billijk achten; was dat volbracht, dan zouden de goden zelf Euenius een gave schenken, als wier bezitter vele menschen hem gelukkig prijzen zouden.
94. Deze orakels dan werden hun verstrekt. Doch de Apolloniaten hielden ze geheim en droegen aan mannen van hun burgers op ze uit te voeren, en deze voerden ze uit op de volgende wijze. Toen Euenius op een bank op de markt zat, gingen zij bij hem zitten en spraken over andere dingen met hem, tot zij ertoe kwamen hun medelijden met zijn ongeval te uiten. Daarheen brachten zij hem ongemerkt en vroegen hem toen, welke voldoening hij kiezen zou, als de Apolloniaten hem voldoening wilden geven voor wat zij gedaan hadden. Hij nu, daar hij het orakel niet kende, koos, zeggende: als men hem landerijen gaf, en hij noemde die van de burgers, die naar hij wist de twee schoonste gronden van alle in Apollonia hadden, en daarbij een huis, dat hij als het schoonste der huizen in de stad kende, zoo hij die kreeg, zei hij, zou hij voortaan zonder wrok wezen en die voldoening zou hem genoeg zijn. En hij nu zeide dat, en de bij hem gezetenen vielen in en zeiden: „Euenius, die voldoening geven de Apolloniaten u voor het gemis van
- ↑ Nl. Zeus en Apollo, de goden te Dodona en Delphi.