hen zou wezen en niet van de Lacedaemoniërs, elkander aanspoorden en met nog meer ijver het werk aangrepen, toen veranderde de toestand spoedig. Want zij doorbraken de schilden en vielen met geweld in een dichten hoop op de Perzen, en dezen hielden stand en verweerden zich langen tijd, doch eindelijk vluchtten zij naar de verschansing. Doch de Atheners en de Corinthiërs en de Sicyoniërs en de Troezeniërs (want deze waren naast elkander geschaard) volgden mede en vielen mede in de verschansing. En toen ook de verschansing veroverd was, stelden de barbaren zich niet meer te weer doch wendden zich op de vlucht, alle anderen behalve de Perzen; dezen, hoewel nog slechts weinigen, streden tegen de voortdurend de verschansing binnendringende Hellenen. En van de Perzische aanvoerders vluchtten er twee, twee kwamen om: Artayntes en Ithamithres, hoofden der vloot, vluchtten, doch Mardontes en de aanvoerder der landmacht. Tigranes, kwamen om in den slag.
103. Terwijl de Perzen nog streden, kwamen de Lacedaemoniërs aan, en die met hen, en hielpen het overige mede volvoeren. En ook van de Hellenen vielen daar vele anderen en de Sicyoniërs en hun veldheer Perilaüs.<ref><Moet waarschijnlijk zijn:.., en van de Sicyoniërs hun aanvoerder Perilaüs./ref> De Samische soldaten, die in het Medische kamp waren en van hun wapenen beroofd, zoodra zij zagen dat de slag onzeker was, deden dadelijk wat zij konden om de Hellenen te helpen. En de andere Ioniërs, toen zij de Samiërs zagen beginnen, zoo ook vielen zij dan van de Perzen af en grepen de barbaren aan.
104. Den Milesiërs was opgedragen om de uitgangen voor de Perzen te bewaken en hen te redden, opdat, als hen overkwam, wat hen dan ook overkwam,