zij gidsen hadden en zich konden redden op de hoogten van Mycale. De Milesiërs nu werden voor dat doel daar geplaatst en ook opdat zij niet in het kamp zouden zijn en iets kwaads doen ; doch gansch het tegenovergestelde van het opgedragene deden zij, daar zij genen op hun vlucht andere wegen wezen, die juist naar de vijanden voerden, en eindelijk werden zij zelf in het dooden de ergste vijanden. Zoo dan viel Ionië ten tweede male van de Perzen af.
105. In dien slag muntten onder de Hellenen de Atheners uit en onder de Atheners Hermolycus, zoon van Euthoenus, een man ervaren in het pancratium[1] . Dezen Hermolycus overkwam het in later tijd, in den oorlog tusschen de Atheners en de Carystiërs, bij Cyrnus in het Carystische gebied, in een slag te sterven en begraven te worden in Geraestus. Na de Atheners muntten de Corinthiërs en de Troezeniërs en de Sicyoniërs uit. 106. Toen de Hellenen de meesten der barbaren, zoowel in den slag als op de vlucht hadden afgemaakt, staken zij de schepen en de geheele verschansing in brand, nadat zij eerst de buit op het strand hadden gebracht; en zij vonden eenige kisten met geld en na ver- branding van de verschansing en de schepen voeren zij weg. En in Samus gekomen beraadslaagden de Hellenen over de ontruiming van Ionië, en in welk deel van Hellas, waarover zij meester waren, zij de Ioniërs overplanten moesten, doch Ionië dan aan de barbaren laten. Want het scheen hun onmogelijk om zelf voortdurend bij Ionië wacht te houden, en zonder hun bewa- king hadden zij gansch geen hoop, dat de Perzen de Ioniërs zonder straf zouden laten. In deze zaak wa-
- ↑ Een vereeniging van vuistvechten en worstelen.