Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/392

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ren de overheidspersonen onder de Peloponnesiërs van meening om die Helleensche volken, welke met de Meden geheuld hadden, uit hun handelsplaatsen te verdrijven en het land aan de Ioniërs tot woonplaats te geven, doch de Atheners keurden het niet goed Ionië geheel op te geven, noch dat de Peloponnesiërs over de Atheensche nederzettingen plannen maakten, en op hun heftig verzet gaven de Peloponnesiërs toe. En zoo dan namen zij de Samiërs en de Chiërs en de Lesbiërs en de andere eilanders, die met de Hellenen ten strijde getrokken waren, in hun bondgenootschap op, en verbonden hen door eed en trouw, dat zij op hun zijde blijven zouden en niet afvallen. Hen dan verbonden zij door eeden en voeren heen om de bruggen te verbreken, want zij meenden die nog op hun plaats te vinden. Zij dan voeren naar den Hellespont.

107. De barbaren, niet velen in getal, die ontvlucht waren en op de hoogten van Mycale ingesloten, maakten den terugtocht naar Sardes. En op hun weg schold Masistes, de zoon van Darius, die bij den ramp was geweest, deze schold met vele en smadelijke woorden den veldheer Artayntes, andere dingen bewerende en dat hij laffer dan een vrouw was geweest door zulk een slechte aanvoering, en dat hij alle leed verdiende, daar hij 's konings huis zóó benadeeld had. Bij de Perzen nu is het de grootste smaad laffer dan een vrouw te heeten. Toen hij dit nu dikwijls gehoord had, werd hij zeer toornig en hij trok zijn degen tegen Masistes om hem te dooden. En Xeinagoras, de zoon van Praxilaüs, uit Halicarnassus, toen hij genen zag aanstormen en vlak achter Artayntes stond, greep hem om het lijf en hief hem omhoog en wierp hem op den grond. En tegelijkertijd kwamen Masistes' lansdragers aan. Door die daad nu verwierf