Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/394

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

tot Xerxes: „zult ge mij geven, wat ik u verzoek?" En hij meenende dat zij liever alles anders vragen zou, beloofde het en zwoer er op. En zij, toen hij gezworen had, vroeg zonder vrees om het gewaad. Doch Xerxes wendde alle overreding aan, daar hij dat niet wilde geven, niet om iets anders, doch uit vrees voor Amestris, dat hij niet door haar, die ook vroeger reeds het gebeurde gegist had, zoo dan op de daad betrapt zou worden; doch hij zou haar steden geven en onmetelijk veel goud en een leger, waarover niemand bevelen zou dan zij. En bij de Perzen is een leger een zeer groot geschenk. Maar hij overreedde haar nu niet en gaf het gewaad, en zij overblijde met het geschenk droeg het en was er trotsch op.

110. En Amestris vernam dat zij het had. En toen zij het gebeurde leerde, had zij tegen die vrouw geen wrok, doch meenend, dat de moeder de schuld was en het bewerkt had, beraamde zij verderf voor de vrouw van Masistes. Zij wachtte af, dat haar gemaal Xerxes een koninklijk gastmaal gaf; dit gastmaal wordt eenmaal in het jaar aangericht, op den dag, waarop de koning geboren werd; de naam van dit feest is in het Perzisch tykta, volgens de Helleensche taal het volkomene; dan ook alleen zalft de koning zich het hoofd[1] en begiftigt de Perzen. Dien dag dan wachtte Amestris af en smeekte Xerxes dat Masistes' vrouw haar gegeven werd. Hij nu vond het vreeselijk en goddeloos zoowel om de vrouw zijns broeders uit te leveren, als wijl zij onschuldig was aan het gebeurde, want hij begreep, waarom gene het vroeg.

  1. Waarschijnlijk beteekent dit, dat de koning dien dag zonder Zijn tiara op, doch ongedekt en met gezalfd hoofd met zijn gasten aanzat.