pel van de landsgodin Cybele, en dit namen de Perzen naderhand tot voorwendsel om de tempels in Hellas te verbranden. Toen echter de Perzen, die binnen de rivier de Halys woonden, dit vernamen, verzamelden zij zich en kwamen de Lydiërs te hulp. En zij vonden de Ioniërs niet meer in Sardes, doch zij volgden hun spoor en troffen hen te Ephesus aan. En de Ioniërs schaarden zich tegenover genen, en grepen hen aan, doch werden geheel en al verslagen. En ook vele mannen doodden de Perzen van hen, en ook andere belangrijken, en daaronder ook Eualcides, den veldheer der Eretriërs, die in wedkampen kransen gewonnen had en door Simonides van Ceüs zeer geprezen was; en die van hen uit den slag ontkwamen, verspreidden zich over de steden.
103. Toen dan streden zij zóó. Daarna verlieten de Atheners de Ioniërs geheel, en hoewel Aristagoras hen door boden dringend inriep, weigerden zij hem langer te helpen, en de Ioniërs van de hulp der Atheners verstoken, nu zij eenmaal zoo ver waren gegaan tegen Darius, rustten zij zich niet minder dan tot den oorlog tegen den koning toe. Zij voeren naar den Hellespont en onderwierpen Byzantium en alle andere steden daar aan zich, en weder uit den Hellespont gevaren, wonnen zij het grootste gedeelte van Carië tot bondgenoot; want ook Caunus, dat vroeger niet mede wilde strijden, toen Sardes verbrand was, dat kwam nu ook bij hen.
104. De Cypriërs kwamen uit eigen beweging bij hen, allen behalve de Amathusiërs; want ook de Cypriërs waren tegen de Meden opgestaan en wel aldus: Onesilus was de jongere broeder van Gorgus, den koning der Salaminiërs, en de zoon van Chersis, den zoon van Siromus, den zoon van Euelthon. Deze man had ook dikwijls vroeger bij Gorgus aangedrongen om van den koning