Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/71

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

nemende, dat de Perzen naar hun steden wilden oprukken, legden zij een hinderlaag op den weg bij Pedasus, waar de Perzen des nachts invielen en vernietigd werden èn zij zelven en hun aanvoerders, Daurises en Amorges en Sisamaces ; en met hen stierf ook Myrsus, de zoon van Gyges. De leider van deze hinderlaag was Heraclides, Ibanolis' zoon, een man uit Mylassa.

122. Dezen dan van de Perzen werden zoo vernietigd, doch Hymaeus, ook een van hen, die de naar Sardes getrokkene Ioniërs vervolgd hadden, keerde zich naar de Propontis en nam het Mysische Cius ; na deze verovering, toen hij vernam, dat Daurises van den Hellespont gegaan en naar Carië was getrokken, verliet hij de Propontis en voerde zijn leger naar den Hellespont, en hij veroverde alle Aeoliërs zoovelen het landschap Ilias bewonen, en hij veroverde de Gergithen, het overschot van de oude Teucriërs, en Hymaeus zelf, na verovering van die volkeren, stierf in Troas door een ziekte.

123. Gene stierf dan zoo, doch Artaphrenes, de onderkoning van Sardes, en Otanes de derde veldheer werden aangesteld om tegen Ionië en het aangrenzende Aeolië op te trekken. En zij namen van Ionië Clazomenae, van de Aeoliërs Cyme.

124. Toen de steden genomen waren —, want Aristagoras de Milesiër was, zooals hij toonde, niet hoog van ziel, daar hij toch Ionië in verwarring gebracht en veel onrust verwekt had, en nu op vlucht zon, daar hij dat zag, en bovendien scheen het hem ook onmogelijk koning Darius te overwinnen : daarom dan riep hij zijn aanhan- gers bijeen en beraadslaagde, bewerende, dat het beter voor hen was een toevluchtsoord te hebben, in geval zij uit Miletus verdreven zouden worden, en of hij hen dan uit die plaats naar Sardo zou voeren om een nederzetting