Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/72

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

te stichten, of naar Myrcinus van de Edonen, dat Histiaeus van Darius ten geschenke ontvangen en ommuurd had. Dit vroeg Aristagoras.

125. De meening van Hecataeus. Hegesanders' zoon, den geschiedschrijver, wilde dat men naar geen van beide plaatsen zou gaan, doch dat hij op het eiland Lerus[1] een sterkte zou bouwen en rustig daar blijven, als hij uit Miletus verdreven werd; later echter kon hij van daaruit naar Miletus terugkeeren.

126. Dit nu ried Hecataeus, doch Aristagoras was het sterkst van meening om naar Myrcinus weg te gaan. Hij vertrouwde daarom Miletus aan Pythagoras, een gezien man onder de burgers; en zelf, ieder die wilde medenemend, voer hij naar Thracië en bezette het land, waarheen hij getrokken was. Doch van daaruit op een tocht gegaan kwam Aristagoras zelf om door de Thraciërs en ook zijn leger, toen hij een stad belegerde en de Thraciërs volgens verdrag vrijen aftocht zouden hebben.[2]



  1. Een klein eiland in de buurt van Miletus.
  2. De Thraciërs hadden de toezegging voor vrijen aftocht gekregen, doch in den wapenstilstand overrompelden zij de Hellenen verraderlijk en brachten hen om.