Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/75

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

terug, en van daar, want hij overreedde de Chiërs niet hem schepen te geven, voer hij naar Mytilene en overreedde de Lesbiërs hem schepen te geven. En dezen bemanden acht triremen en voeren met Histiaeus naar Byzantium, en daar vestigden zij zich en namen de schepen, die uit den Pontus voeren, behalve zoovelen van hen zeiden aan Histiaeus te willen gehoorzamen.

6. Histiaeus en de Mytilenaeërs deden dit. Doch tegen Miletus zelf was een groot leger van voetvolk en schepen in aantocht. Want de veldheeren der Perzen hadden hun troepen vereenigd en één leger gemaakt en trokken tegen Miletus op, terwijl zij de andere steden van minder belang achtten. Van het vlootvolk waren de Pheniciërs de ijverigsten, en ook de Cypriërs, pas onderworpen, trokken mede en de Ciliciërs en de Egyptenaars.

7. Dezen nu trokken op tegen Miletus en het overige Ionië. En de Ioniërs dit vernemende zonden hun afgevaardigden naar het Panionion[1]. En op die plaats gekomen beraadslaagden zij, en besloten geen landleger tegen de Perzen te verzamelen, doch de Milesiërs zelf zouden hun muren verdedigen, en de Ioniërs de vloot bemannen en geen schip weglaten, en na de bemanning zouden zij ten spoedigste zich bij Lade vereenigen om voor Miletus ter zee te strijden. Lade is een klein eiland bij de stad der Milesiërs gelegen.

8. Daarna kwamen de Ioniërs met de bemande schepen, en met hen ook al de Aeoliërs, die Lesbos bewonen. En zij schaarden zich zóó. Den vleugel naar den dageraad hielden de Milesiërs zelf, en brachten tachtig schepen aan; naast hen de Priëniërs met twaalf schepen en de

  1. Zie I. 148 en I. 170.