Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen II (vert. v. Deventer 1893).pdf/77

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

deze bedreiging, wat hen werkelijk treffen zal, dat zij, overwonnen in den strijd, slaven zullen worden gemaakt, en dat wij hun zonen ontmannen, en hun jonkvrouwen naar Bactra voeren en hun land aan anderen geven zullen."

10. Zij nu zeiden dit, doch de heerschers der Ioniërs zonden in den nacht ieder boden naar zijn eigen medeburgers. Doch de Ioniërs, tot wie de boodschappen werkelijk kwamen, waren hoofdig en kwamen niet tot de overgave, en ieder meende, dat tot hem alleen deze boodschap van de Perzen kwam.

11. Dit nu geschiedde zoodra de Perzen bij Miletus gekomen waren. Daarna, terwijl de Ioniërs bij Lade vereenigd waren, hielden zij vergaderingen, en ook menig ander sprak onder hen, en daaronder dan ook de Phocaesche aanvoerder Dionysius, dit zeggende: „op het scherp van 't mes staan onze zaken, mannen Ioniërs, of wij vrij zullen zijn of slaven, en wel weggeloopen slaven. Nu dan, als gij lasten verdragen wilt, zult ge eerst wel moeiten hebben, doch ge zult bij machte wezen de vijanden te overwinnen en vrij te zijn. Doch handelt gij in weekheid en wanorde, dan heb ik geen enkele hoop, dat gij den koning niet voor den opstand boeten zult. Doch luistert naar mij en vertrouwt u aan mij toe, en ik beloof u, als de goden geven wat billijk is, of dat de vijanden niet met ons vechten zullen, of in dit gevecht zéér overwonnen worden."

12. De Ioniërs hoorden dit en vertrouwden zich aan Dionysius toe. En hij liet, om de roeiers te oefenen de schepen in lange rijen varen, en dan de schepen door elkanders rijen heen breken en hij hield de bemanning onder de wapenen, en legde de schepen voor het overige van den dag voor anker, en verschafte den Ioniërs moeite den ganschen dag door. Zeven dagen