wonnen en uit hun vaderland verdreven waren. Later echter namen deze colophonische ballingen de gelegenheid waar, dat de Smyrnaeërs buiten de muren een feest voor Dionysus vierden, zij sloten de poort en bezetten de stad. Toen alle Aeoliërs den Smyrnaërs te hulp schoten, kwamen zij tot een vergelijk, dat de Ioniërs alle roerende have zouden afgeven en de Aeoliërs Smyrna zouden verlaten. Toen de Smyrnaeërs dit gedaan hadden, verdeelden de elf steden hen onder elkander en maakten hen burgers bij zich.
151. Deze nu zijn de aeolische steden op het vaste land, behalve die bij den berg Ida gelegen zijn, want deze zijn een afzonderlijk geheel. Doch van die op de eilanden zijn, liggen er vijf op Lesbos; want de zesde, die op Lesbos lag. Arisba, brachten de Methymnaeërs tot slavernij, ofschoon verwant van bloed; op Tenedus ligt één stad, en op de zoogenaamde Hecatonnesi[1] nog een. Voor de Lesbiërs en de Tenediërs, evenals voor de eilandbewoners onder de Ioniërs, was er geen gevaar. Doch de andere steden besloten eenparig de Ioniërs te volgen, waarheen dezen zouden willen voeren.
152. Toen de boden van de Ioniërs en de Aeoliers in Sparta kwamen, — want dit geschiedde met spoed, — kozen zij tot spreker voor allen den Phocaëer, die Pythermus tot naam had. En deze wierp een purperen gewaad om, opdat de Spartanen, dit vernemend, in zoo groot mogelijk aantal zouden opkomen, en trad op en sprak lang, smeekende hun te helpen. Doch de Lacedaemoniërs luisterden geenszins naar hem, doch besloten de Ioniërs niet te helpen. Genen dan gingen weg, doch de Lacedaemoniërs, toen zij de boden der Ioniërs afgewezen hadden, zonden toch mannen in een vijftigriemer
- ↑ d. i. de honderd eilanden.