verkocht te worden; want wel wist hij, dat hij Cyrus niet zou overreden zijn plan te veranderen, indien hij geen bruikbaren voorslag aanbood, en hij vreesde dat de Lydiërs, ook later weder, ook als zij thans vrij liepen, tegen de Perzen zouden opstaan en vernietigd worden. En Cyrus verheugde zich in den voorslag en zijn toorn onderdrukkend zeide hij Cresus te zullen volgen. Hij riep Mazares, een Meed, en droeg hem op aan de Lydiërs te bevelen, wat Cresus voorgeslagen had, en bovendien alle anderen slaaf te maken, die met de Lydiërs tegen Sardes waren opgetrokken, doch Pactyes zelf in allen geval levend naar hem te brengen.
157. Hij dan dit op zijn tocht bevolen hebbend, rukte naar het land der Perzen, doch Pactyes, die vernam dat een leger tegen hem optrok en nabij was, werd bevreesd en vluchtte ijlings naar Cyme. En Mazares de Meed trok naar Sardes met een deel van Cyrus' leger, (zoo groot dat deel dan wezen mocht), en toen hij Pactyes en zijn macht niet meer in Sardes aantrof, dwong hij eerst de Lydiërs de bevelen van Cyrus te volgen, en naar diens wil veranderden de Lydiërs hun gansche wijze van leven. Mazares zond daarna boden naar Cyme, bevelende Pactyes uit te leveren. De Cymaeërs besloten ter beslissing zich tot den God in Branchidae te wenden. Want daar stond van oudsher een orakel, dat alle Ioniërs en Aeoliërs plachten te raadplegen; die plaats ligt in Milesië boven den haven van Panormus.
158. De Cymaeërs dan zonden boden naar het orakel en vroegen hoe zij zouden doen met Pactyes en den goden welgevallig zijn; en op hun vraag gewerd hun het antwoord Pactyes aan de Perzen uit te leveren. Toen de Cymaëers dat antwoord vernamen, wilden zij hem uitleveren, en toen de meesten dat wilden, hield