Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/105

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Aristodicus. Heraclides' zoon, een man van aanzien bij de burgers, de Cymaeërs van deze daad af, uit wantrouwen in het godsbevel en meenende, dat de gezanten niet naar waarheid bericht hadden; totdat voor de tweede maal andere gezanten gingen om over Pactyes te vragen, van welke ook Aristodicus er een was.

159. Toen zij in Branchidae gekomen waren, sprak Aristodicus uit aller naam tot het orakel, vragende aldus: „O heerscher, tot ons kwam Pactyes de Lydiër als smeekeling, om een geweldadigen dood door de hand der Perzen te ontvluchten; en zij vragen hem op, de Cymaeërs bevelend hem prijs te geven. Doch wij, alhoewel de macht der Perzen vreezende, waagden niet tot dusver den smeekeling uit te leveren, vóór ons door u duidelijk verklaard is, wat wij doen moeten." Hij nu vroeg dit, en de god verstrekte wederom hetzelfde antwoord, bevelende Pactyes aan de Perzen uit te leveren. Daarop deed Aristodicus met opzet het volgende: hij liep rondom den tempel en joeg de musschen weg en alle andere soorten van vogels, die in den tempel hun nest hadden gebouwd. En toen hij dit deed, kwam een stem, zeggen zij, uit het heiligdom gericht naar Aristodicus en zeide: „goddeloosste der menschen, hoe durft gij dat doen? Mijn smeekelingen rooft ge uit mijn tempel? " En Aristodicus was niet verlegen doch zeide daartegen: „O heerscher, komt gij zelf zoo uw smeekelingen te hulp, en beveelt gij de Cymaëers hun smeekeling uit te leveren? " En hij antwoordde wederom aldus: „ja, dat beveel ik, opdat ge om uw snoodheid sneller moogt te gronde gaan en niet meer tot het orakel komt om te vragen over de uitlevering van smeekelingen!"

160. Toen de Cymaëers dit antwoord vernamen, wilden zij noch hem uitleveren en omkomen, noch hem bij zich houden en belegerd worden, en daarom zonden zij hem