naar Mytilene. De Mytileners, toen Mazares een gezantschap stuurden om Pactyes uit te leveren, besloten dat te doen tegen een zeker loon; want ik kan dat niet nauwkeurig aangeven, want de zaak kwam niet tot stand. Want de Cymaeërs, toen zij vernamen, dat dit bij de Mytileners gedaan werd, zonden een schip naar Lesbos en brachten hem naar Chios. En van daar werd hij door de Chiërs uit het heiligdom van Athena de Stadbeschermster, weggerukt en uitgeleverd. De Chiërs leverden hem uit voor den prijs van Atarneus; dit Atarneus is een plaats van Mysië, tegenover Lesbos. De Perzen kregen dan zoo Pactyes in hun macht en hielden hem gevangen, om hem voor Cyrus te brengen. En het duurde niet weinig tijd dat geen Chïer, noch gerstkorrels uit dat Atarneus gebruikte om ze voor een der goden te strooien, noch koeken maakte van de vrucht uit die plaats, doch van alle tempels werd alles wat door die plaats werd voortgebracht, verre gehouden.
161. De Chiërs dan leverden Pactyes uit, doch Mazares trok daarna tegen hen op, die Tabalus mede belegerd hadden, en in de eerste plaats maakte hij de Priëners tot slaven; daarna liep hij de gansche vlakte van den Maeander af en gaf ze ter plundering aan zijn leger, en Magnesia verwoestte hij eveneens. Daarop stierf hij terstond door een ziekte.
162. Na zijn dood werd Harpagus zijn opvolger in de aanvoering van het leger, die, van geboorte zelf een Meed, door Astyages den koning der Meden op den goddeloozen maaltijd onthaald was, en die Cyrus gesteund had in het verkrijgen van de heerschappij. Toen deze man dan, door Cyrus tot veldheer benoemd, in Ionië gekomen was, trachtte hij de stad door aarden werken te nemen; nadat hij de menschen in de vesting gedreven