Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/109

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

tegen hen op. De Phocaeërs bemanden ook zelf hun schepen, zestig in getal, en voeren genen in de Sardonische zee[1] te gemoet. En toen zij in zeeslag geraakt waren, gewerd den Phocaeërs een cadmeïsche overwinning[2]. Want veertig van hun schepen werden vernietigd, en de twintig overgeblevenen waren onbruikbaar; want de snavels werden afgebroken. Zij voeren toen terug naar Alalia, namen hun kinderen en vrouwen en hun andere bezitting op, zooveel als hun schepen dragen konden, en daarop Cyrnus verlatende stevenden zij naar Rhegium.

167. De bemanning van de vernietigde schepen viel grootendeels in handen van de Carthagers en de Tyrseniërs[3], en dezen voerden hen weg en steenigden hen. Hierop werden bij de Agyllaeërs alle wezens, die de plaats voorbijgingen, waar de gesteenigde Phocaeërs lagen, verrekt, verminkt en kreupel, gelijkelijk de schapen, de lastdieren en de menschen. De Agyllaeërs zonden boden naar Delphi in het verlangen van de zonde vrij te komen. De Pythia beval hen te doen, wat de Agyllaeërs nu nog volbrengen; want zij bewijzen dien dooden groote eer en houden kampspelen en wedrennen te paard. En dezen nu van de Phocaeërs viel zulk een lot ten deel, doch de anderen, naar Rhegium gevlucht, gingen van daar verder en stichtten in het oenotrische land de stad, die nu Hyela heet. Zij stichtten die, van een man uit Posidonia vernomen hebbend, dat de Pythia hun geantwoord had voor Cyrnus den heros[4] een stad te stichten, doch niet

  1. d. i. de zee bij Sardinië
  2. Spreekwoordelijke uitdrukking voor een overwinning, waarbij de overwinnaars grooter verlies lijden dan de overwonnenen.
  3. Deze plaats is bedorven.
  4. Cyrnus is een jongeling, beroemd door de elegiën van den dichter Theognis.