173. En zij nu hebben zulke gebruiken, doch de Lyciërs stamden oorspronkelijk uit Creta (want oudtijds was Creta geheel bevolkt door barbaren); doch toen de zonen van Europa. Sarpedon en Minos, in Creta over de heerschappij streden en Minos in den strijd overwonnen had, verdreef hij Sarpedon zelf met zijn aanhangers, en dezen, uit hun land verstooten, kwamen naar het land Milyas in Azië; want waar nu de Lyciërs wonen, was vroeger Milyas, en de Milyers heetten toen Solymers. Zoolang dan Sarpedon over hen heerschte, heetten de Lyciërs naar den naam, dien zij medegebracht hadden en volgens welken zij nu nog door hun naburen genoemd worden, Termilers. Maar toen Lycus, de zoon van Pandion, eveneens door zijn broeder. Aigeus, verdreven, uit Athene naar de Termilers bij Sarpedon kwam, werden zij dan zoo naar den naam van Lycus in verloop van tijd Lyciërs genoemd. Hun zeden zijn deels cretisch, deels carisch. Dit ééne gebruik echter is bij hen eigenaardig en wordt met geen enkel ander volk gedeeld: zij noemen zich naar hun moeder en niet naar hun vader; zoodat, als iemand een ander vraagt, wie hij is, dan zal hij den naam van zijn moeder zeggen en de moeders van zijn moeder opgeven. En indien een vrijgeborene vrouw met een slaaf huwt, worden de kinderen als vrijgeborenen beschouwd; doch indien een burger, al ware hij ook de eerste onder hen, een vreemdelinge huwt of tot bijzit neemt, dan zijn de kinderen onwettig.
174. De Cariërs nu werden door Harpagus onderworpen, zonder een enkele luisterrijke daad verricht te hebben, noch zij zelven, noch de Hellenen die dat land bewonen. Er zijn daar ook anderen gevestigd en ook Cnidiërs, een nederzetting van de Lacedaemoniërs, wier land aan