in vele krommingen gebroken, langzamer zou stroomen, en de vaart naar Babylon eveneens gekromd zou zijn, en na de vaart een lange tocht om het meer te wachten stond. Zij bracht die werken aan op dat punt van het land, waar de toegangen waren en waar de kortste weg uit het land der Meden is, opdat de Meden geen gemeenschap met haar volk zouden houden en niet met haar aangelegenheden bekend worden.
186. Met zulke dingen dan omgaf zij de stad door graven, en zij gebruikte ze nog tot het volgende tweede werk. Daar de stad uit twee deelen bestond, die de rivier midden tusschen zich hadden, moest iemand onder de vroegere koningen, wanneer hij wilde oversteken van het eene deel naar het andere, met een schip oversteken. En dat was, naar ik gis, lastig. Doch zij zorgde ook daarvoor, want toen zij het bekken voor het meer gegraven had, maakte zij van dat zelfde werk nog een tweede gedenkteeken, dat zij achterliet. Zij liet groote blokken steen houwen, en toen zij de steenen gereed had, en de plaats uitgegraven was, leidde zij den ganschen stroom van de rivier in de plaats, die zij uitgegraven had, en terwijl deze vol raakte, en in tusschentijd de oude bedding droog liep, richtte zij zoowel op de oevers van de rivier langs de rivier en de uitgangen van de poortjes, die naar den stroom leidden, met gebakken steenen een wal op, op dezelfde wijze als de stadsmuur, als bouwde zij ook ongeveer in het midden van de stad met de steenen, die zij uitgegraven had, een brug, de steenen met ijzer en lood verbindende. Zij legde op de brug, zoodra het dag werd, vierkante balken, waarop de Babyloniërs den overtocht maakten, doch des nachts namen zij die balken weder weg, daarom, opdat zij niet des nachts zouden oversteken en elkander bestelen. Toen het gegraven