meer vol was geloopen door de rivier en de werken van de brug voltooid waren, leidde zij de rivier Euphrates weder uit het meer naar de oude bedding. En zoo bleek de uitgegraven kom, toen hij er was, van pas gemaakt te zijn, en was voor de burgers een brug gebouwd.
187. Deze zelfde koningin dacht ook de volgende list uit. Boven de meest betreden poort van de stad liet zij haar graf in gereedheid brengen, hoog boven op de poort, en op dit graf woorden inbeitelen, die het volgende zeiden : „ Mocht een van de na mij komende koningen van Babylon gebrek aan geld hebben, hij opene dit graf en neme zooveel geld hij wil. Niet evenwel opene hij zonder gebrek ; want dat ware hem schade" .
Dit graf bleef onaangeroerd, tot het koningschap aan Darius kwam. Darius achtte het hard die poort niet te gebruiken, en terwijl er geld lag en het geld zelfer toe uitnoodigde, het niet te nemen. Hij maakte van die poort in 't geheel geen gebruik, wijl hij bij het doortrekken het lijk boven zijn hoofd had. Hij maakte het graf open, en vond geen geld, doch wel het lijk, en woorden die dit zeiden :„ Indien ge niet overzadelijk waart van geld en schraapzuchtig, niet zoudt ge de kamers van de dooden geopend hebben" .
Deze koningin is dan, naar gezegd wordt, een zoodanige geweest.
188. Cyrus dan trok op tegen den zoon van deze vrouw, die zijn vaders naam Labynetus had en het rijk der Assyriërs. De groote koning nu trekt uit huis, wel voorzien van levensmiddelen en vee, en ook wordt water medegevoerd uit de rivier Choaspes, die langs Susa stroomt, en daarvan slechts drinkt de koning en niet van eenige andere rivier. En als dit water van de Choaspes gekookt is, voeren talrijke vierwielige muildierwagens het in zilveren vaten