Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/123

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

den zij zich gansch niet om het beleg, en Cyrus geraakte in verlegenheid, daar veel tijd voorbijging en de zaken geenszins verder kwamen.

191. Hetzij nu een ander het hem in zijn verlegenheid voorsloeg, hetzij hij zelf begreep wat hij doen moest, hij deed het volgende. Hij schaarde zijn gansche leger, het eene deel daar waar de rivier in de stad komt, en het andere deel achter de stad, waar de rivier uit de stad treedt, en beval aan het leger, wanneer zij den stroom doorwaadbaar zouden zien, dan er door heen in de stad te vallen. Zoo nu ze geplaatst en dat bevolen hebbend, trok hij zelf weg met het niet strijdbare deel van het leger. En bij het meer gekomen, deed Cyrus wat de babylonische koningin had gedaan met de rivier en het meer, dat zelfde deed hij nog eens. Want door een kanaal voerde hij de rivier in het meer, dat een poel was, en maakte de oude bedding doorwaadbaar, daar het water was gezakt. Toen dit geschied was, drongen de Perzen, juist voor dat doel geplaatst bij de bedding van de Euphrates, die zoover gedaald was, dat zij een man ongeveer midden aan de heup kwam, zoo drongen zij daardoor in de stad. Indien nu de Babyloniërs vernomen hadden of gezien wat door Cyrus gedaan werd, zouden zij de Perzen rustig in de stad hebben laten komen, en hen op 't slechtst vernietigd hebben; want alle poorten sluitende die op de rivier uitkomen, en zelf op de muren geklommen, die langs de oever liepen, zouden zij genen als in een net gevangen hebben. Doch nu overvielen hen de Perzen gansch onverhoeds. Door de grootte van de stad, zoo zeggen de menschen die daar wonen, waren de buitenwijken der stad reeds genomen en wisten de in het midden wonende Babyloniërs niets van de verovering, maar (want het