Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/128

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dochter, aan wien hij wilde, uit te huwelijken, noch mocht hij die een maagd gekocht had, zonder borgstelling haar wegvoeren, doch hij moest borgen stellen en zweren haar te zullen huwen, en dan eerst haar medenemen; indien zij niet pasten bij elkander, dan was het wet om het goud terug geven. Het stond een ieder vrij, als hij uit een ander dorp komen wilde en koopen. Dit nu was hun schoonste gebruik, doch het is niet tot nu blijven bestaan, doch iets anders hebben zij kort geleden uitgedacht, opdat hun dochters geen leed zou worden aangedaan en zij niet naar een andere stad zouden worden gebracht. Want sinds zij na de verovering van Babylon tot gebrek vervielen en alle have verloren, laat een elk van het volk, bij gebrek aan levensonderhoud, zijn dochters hoereeren.

197. Het tweede in verstandigheid is het volgende gebruik. Zij dragen de zieken naar den markt, want geneesheeren hebben zij niet. Zij gaan dan naar de zieken toe en geven raad over zijn ziekte, indien een van hen dezelfde kwaal heeft gehad als de zieke, of iemand zag, die ze had. Zij komen dan dat als raad geven en aanbevelen, waardoor zij zelf een dergelijke ziekte ontkomen zijn, of een ander hebben zien ontkomen. En zwijgend een zieke voorbijgaan mogen zij niet, vóór hem gevraagd is, welke ziekte hij heeft.

198. Zij balsemen de dooden met honig; de rouw is ongeveer als bij de Egyptenaars. Zoo dikwijls een Babyloniër met zijn vrouw zich vereenigd heeft, ontbrandt hij wierook en gaat daarbij zitten, en aan de andere zijde doet de vrouw hetzelfde; als het ochtend geworden is baden zij zich beiden, want zij raken geen vaatwerk aan voor zij zich gewasschen hebben. Dat zelfde doen ook de Arabieren.

199. De schandelijkste zede is bij de Babyloniërs de volgende. Iedere inlandsche vrouw moet eenmaal in haar