Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/13

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

Alexander, Priamus' zoon, die dingen vernomen hebbend, begeerd heeft uit Hellas door roof een vrouw te hebben, zeer wel wetend, dat hij geen voldoening zou geven, want dat genen ze ook niet gegeven hadden. Toen hij Helena dan zoo geroofd had, zeggen zij, dat de Hellenen, besloten eerst boden te zenden om Helena op te vorderen en boete voor den roof te eischen. Maar dat genen, toen zij daarmede aankwamen, hun den roof van Medea voorhielden, daar zij, die zelf geen voldoening gegeven, noch bij de opeisching de vrouw uitgeleverd hadden, verlangden dat van anderen hun voldoening gewerd.

4. Tot zoover nu, zeggen de Perzen, dat van weerszijden alleen roof was geschied; dat daarop evenwel de Hellenen grootelijks schuldig geworden zijn aan den twist, want dat dezen eerder begonnen zijn op te trekken naar Azië dan zij zelf naar Europa. Dat zij nu wel vrouwenroof het werk van slechte mannen achten, van dwazen evenwel om over de geroofden met felheid wraak te willen nemen, van verstandigen daarentegen om de geroofden gansch niet te tellen: duidelijk toch is dat, als de vrouwen zelf het niet verlangd hadden, zij niet geroofd zouden zijn. Zij zelven nu, zeggen de Perzen, sloegen geen acht op de uit Azië geroofde vrouwen, maar de Hellenen rustten om een lacedaemonische vrouw een groot leger uit en vervolgens naar Azië getrokken, vernietigden zij de macht van Priamus. Van dien tijd hebben zij altijd gemeend, dat het helleensche volk hun vijand was. Azië toch en de daar wonende volkeren achten de Perzen van zich, maar Europa en het helleensche volk beschouwden zij als geheel afgescheiden.

5. Zoo nu zeggen de Perzen dat het geschied is, en in de verwoesting van Ilium zien zij het begin van hun vijandschap tegen de Hellenen. Maar aangaande Io