Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/133

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

waant te wezen en ook over een zoodanig leger te heerschen, dan zou het van geen nut zijn u mijn meening te openbaren; doch als ge inziet, dat ook gij een mensch zijt en heerscher over andere menschen, begrijp dan eerst dit, dat er een kringloop is in de menschlijke zaken, die in zijn ommegang niet altijd dezelfden toelaat voorspoedig te wezen. Ik dan heb over de vóórgebrachte zaak de tegenovergestelde meening van genen. Want indien wij de vijanden in het land willen ontvangen, is daar dit gevaar in voor u: bij een nederlaag zult ge uw gansche rijk tevens verliezen; duidelijk toch is, dat de Massageten als overwinnaars niet naar achteren zullen vlieden, doch naar uw landen trekken. Overwint gij, niet overwint gij dan zóózeer, als indien ge naar hun land overtrekkende, de Massageten overwint en hen op hun vlucht najaagt. Want dat zelfde wil ik tegenover dat van straks stellen, dat gij uw tegenstanders overwonnen hebbend terstond naar het rijk van Tomyris rukt. Doch ook buiten het aangevoerde is het schandelijk en niet te dulden, dat Cyrus, de zoon van Cambyses, voor een vrouw zou wijken en uit het land terugtrekken. Nu daarom raad ik u over te trekken en voort te rukken, zoover als genen teruggaan, en dan op de volgende wijze te trachten hen te overmeesteren. Want zooals ik verneem, zijn de Massageten onbekend met de goede dingen der Perzen en onervaren in groote heerlijkheden. Laat dan voor die mannen ruimelijk vele schapen neerhouwen en toebereiden en disch ze op als maaltijd in ons kamp, daarbij ook rijkelijk kruiken met ongemengden wijn en ook velerlei spijzen. Als wij dat gedaan hebben, dan moeten wij het slechtste deel van het leger daar achterlaten, en de overigen weder terugwijken naar den stroom. Want indien ik niet faal in mijn meening,