Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/134

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dan zullen genen, die vele goede dingen ziende, er zich aan begeven en ons dan blijft de verrichting van groote daden."

208. Deze meeningen dan stonden tegenover elkander, en Cyrus liet de eerste meening varen, koos die van Cresus, en zeide Tomyris aan terug te trekken, daar hij tot haar zou oversteken. Zij dan week terug, zooals zij vroeger beloofd had. En Cyrus plaatste Cresus in de handen van zijn zoon Cambyses, wien hij het koninkrijk zou geven, en hem met drang bevelende genen te eeren en goed te behandelen, indien de overtocht naar de Massageten niet goed afliep, dit nu bevelend en hen naar Perzië zendend trok hij zelf den stroom over en zijn leger met hem.

209. Toen hij de Araxes was overgegaan en de nacht was aangebroken, zag hij, slapende in het land van de Massageten, een droom, den volgenden: Cyrus waande in den slaap den oudsten van Hystaspes' zonen te zien met vleugels aan de schouders, en met den eenen daarvan Azië, met den anderen Europa beschaduwen. Onder de zonen van Hystaspes, den zoon van Arsames, uit het geslacht der Achaemeniden, was Darius de oudste, toen hoogstens een twintig jaar in leeftijd, en deze was in Perzië achtergelaten, want nog niet had hij den leeftijd om mede te trekken. Toen Cyrus nu ontwaakt was, overwoog hij den droom bij zichzelf, en daar hem het gezicht zeer belangrijk scheen te wezen, liet hij Hystaspes roepen en nam hem alleen en zeide: „Hystaspes, uw zoon is betrapt, dat hij mij en mijn heerschappij belaagt: dat ik dit zeker weet, zal ik bewijzen. Over mij waken de goden en toonen mij van te voren al wat dreigt. En in den voorbijgeganen nacht slapende zag ik den oudste van uw zonen, vleugels aan de schouders hebbend,