en met den eenen daarvan Azië, met den anderen Europa beschaduwen. Niet derhalve is het naar dat gezicht anders mogelijk, dan dat hij mij belaagt. Ga gij daarom zoo snel mogelijk terug naar Perzië, en zorg, wanneer ik, dit volk overwonnen hebbend, daar gekomen ben, dat ge uw zoon voor onderzoek tot mij brengt."
210. Cyrus nu meenende dat Darius hem belaagde, zeide dit; hem echter had de godheid geopenbaard, dat hij op die plaats zou sterven, doch het koningrijk op Darius overgaan. Hystaspes echter antwoordde met het volgende: „O koning, mocht er geen perzisch man geboren zijn, die u belagen wil! Indien echter er een is, dat hij ten snelste sterve. U, die de Perzen van slaven vrij hebt gemaakt, en in plaats van beheerscht te worden hen over alle andere hebt doen heerschen! Doch indien u het droomgezicht verkondigt, dat mijn zoon op onheil zint over u, ik zal hem u overgeven, dat ge met hem doet, wat ge wilt." Na deze woorden trok Hystaspes de Araxes over en ging naar Perzië om voor Cyrus zijn zoon Darius te bewaken. Doch Cyrus een dagreis van de Araxes voortgetrokken zijnde, deed wat Cresus had voorgeslagen. Toen vervolgens Cyrus en het strijdvaardige deel van het leger naar de Araxes waren teruggeweken en het onbruikbare was achtergelaten, trok het derde deel van het leger der Massageten aan en doodde de achtergeblevenen van Cyrus' leger niet zonder tegenweer, en het voorhandene maal ziende, legden zij zich neder na de overwinning op de tegenstanders en spijsden; en verzadigd van spijs en drank sliepen zij. En de Perzen rukten aan en doodden velen van hen, veel meer nog namen zij levend gevangen, en anderen en den zoon der koningin Tomyris, den veldheer der Massageten, wiens naam Spargapises was.