212. Toen zij vernomen had, wat met het leger en haar zoon was geschied, zond zij een heraut aan Cyrus en zeide dit: „van bloed onverzadelijke Cyrus, verhef u niet te zeer op wat geschied is, indien gij met de vrucht des wijnstoks, van welke vol zijnde gij zóó raast, dat terwijl de wijn in het lichaam omlaag stroomt, booze woorden bij u opstijgen, indien gij met zulk een gif mijn zoon bedrogen hebt en overmeesterd, doch niet met kracht in den strijd. Neem dan nu het woord aan van mij, die u goed raad, geef mij mijn zoon terug en ga ongestraft weg uit dit land, nadat gij het derde deel van het leger der Massageten onteerd hebt. Indien gij dit niet doen zult, bezweer ik u bij de zon, den heer der Massageten, voorwaar, ik zal u, den onleschbaren, van bloed verzaden."
213. Cyrus echter sloeg geenszins acht op deze boodschap, doch Spargapises, de zoon der koningin Tomyris, toen de wijn hem verlaten had en hij inzag in welken ramp hij was, toen smeekte hij Cyrus uit zijn boeien bevrijd te worden en verkreeg dit, doch zoodra hij bevrijd was en meester was van zijn handen, bracht hij zich om.
214. En hij dan stierf op zulk een wijze, doch Tomyris, toen Cyrus niet naar haar luisterde, verzamelde haar gansche macht en trof met Cyrus samen. Dezen slag acht ik den heftigste van alle die tusschen barbaren geleverd zijn, en naar ik verneem heeft hij zich aldus toegedragen. Eerst stonden zij op een afstand van elkander, naar gezegd wordt, en schoten met pijlen; daarna echter, toen de pijlen verschoten waren, vielen zij aan op elkander en grepen elkander aan met speeren en zwaarden. Langen tijd nu bleven zij in strijd gewikkeld en geen van beiden wilde vluchten; eindelijk echter overwonnen de Massageten. Het grootste deel van het perzische leger kwam op die plaats zelf om, en ook Cyrus zelf sneu-