Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/14

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

stemmen de Phoeniciërs niet aldus met de Perzen overeen; want, volgens hen, zouden zij niet door aanwending van geweld haar naar Egypte gevoerd hebben, doch daar zij in Argos zich vereenigd had met den meester van het schip; toen zij bemerkte, dat zij zwanger was en haar ouders vreesde, zóó zou zij dan vrijwillig met de Phoeniciërs zijn weggevaren, opdat het niet ontdekt zou worden.

Dit zeggen nu de Perzen en de Phoeniciërs. Ik evenwel zal over die zaken niet gaan zeggen, of zij zóó of ook anders geschiedden, doch dien ik weet, dat het eerst begonnen is met onrechtmatige daden tegen de Hellenen, dien aanwijzende zal ik verder voortschrijden met het verhaal, gelijkelijk de kleine en de groote steden der menschen aanrakende. Want die eertijds groot waren, zijn meerendeels klein geworden; die echter in mijn tijd groot waren, waren vroeger klein. Wetende nu, dat de menschelijke voorspoed nooit onveranderd blijft, zal ik over beiden op gelijke wijze bericht doen.

6. Cresus was een Lydiër van geboorte, zoon van Alyattes, en heerscher over de volkeren binnen de rivier Halys, die van den middag tusschen de Syriërs en de Paphlagoniërs door stroomend, uitloopt naar den noordewind in de Euxinus geheetene zee. Deze Cresus was de eerste der barbaren van welken wij weten, dat hij sommigen der Hellenen onderwierp tot opbrengst van een schatting, met anderen echter vriendschap sloot. Hij onderwierp de Ioniërs en de Aeoliërs en de Doriërs, die in Azië wonen, en maakte de Lacedaemoniërs zich tot vriend. Vóór de heerschappij van Cresus waren alle Hellenen vrij, want de veldtocht van de Cimmeriërs, die tegen Ionië ging, was vóór Cresus, en strekte niet tot onderwerping der steden, doch was een inval om plundering.