als zij genoeg geklaagd hebben, wordt hun het overschot van het offer als maaltijd voorgezet.
41. Reine stieren nu en kalveren offeren alle Egyptenaars, doch koeien te offeren, is hun niet geoorloofd, doch dezen zijn aan Isis gewijd. Want het beeld van Isis, van vrouwelijke gestalte, is gehoornd, even als de Hellenen Io voorstellen, en de koeien worden door alle Egytenaars gelijkelijk verreweg het meest van alle dieren geëerd. Daarom zal geen Egyptische man, noch een vrouw, een helleenschen man op den mond kussen, noch het mes van een Helleen gebruiken, noch zijn braadspitten, noch zijn ketel, noch proeven van het vleesch van een reinen stier, die met een helleensch mes geslacht is. De van zelf gestorven runderen begraven zij op de volgende wijze: de koeien werpen zij in de rivier, doch de stieren begraven zij ieder in hun voorsteden, terwijl één hoorn of ook beiden boven den grond uitsteken, als herkenningsteeken. Wanneer het lijk verrot is en de vastgestelde tijd gekomen, dan komt in iedere stad een vaartuig uit het eiland, dat Prosopitis heet. Dit ligt in het Delta, en de omtrek er van is negen schoenen. Op dat eiland Prosopitis zijn nog vele andere steden, doch waar de vaartuigen van daan komen om de stierenbeenderen weg te halen, die stad heet Atarbechis, en daarin is een hoog heilige tempel van Aphrodite. Van deze stad gaan vele menschen naar verschillende steden, graven de beenderen op, en voeren ze mede en al die menschen begraven ze op een zelfde plaats. Evenals de stieren begraven zij ook het andere vee, dat sterft, want zoo is het bij hen wet, want ook deze dieren dooden zij niet.
42. Zoovelen nu een tempel voor den Thebaanschen Zeus[1] bezitten of van het thebaansche gewest zijn, deze
- ↑ In 't Egyptisch: Amon — Api.