daules te wreken. Want bij de Lydiërs, en bijna bij alle andere barbaren, strekt het zelfs een man tot groote schande naakt gezien te worden.
11. Toen dan liet zij niets merken en hield zich stil, maar zoodra het dag was, bracht zij haar dienaren, die zij als het meest getrouw kende, bijeen, en ontbood Gyges. Deze, meenende dat zij niets van het gebeurde wist, kwam op de ontbieding, want hij placht ook vroeger, zoo dikwijls de koningin hem ontbood, te gaan. Toen Gyges gekomen was, zeide de vrouw dit: "Twee wegen liggen nu voor u open, Gyges; ik geef u de keuze, welke van beiden gij in wilt slaan; want òf dood Candaules en heb mij en ook de heerschappij over de Lydiërs, òf zelf moet ge hier terstond sterven, opdat ge niet, in alles Candaules gohoorzaam, voortaan ziet, wat ge niet moogt. Maar hij dan, die dat heeft beraamd, moet omkomen, of gij die mij naakt zaagt en deedt wat niet betaamde." Gyges nu was eerst verbaasd over die woorden, doch daarna smeekte hij haar hem niet met dwang te noodzaken in zulk een keuze te beslissen. Maar hij overreedde haar niet, doch zag dat er ernstige noodzaak was òf zijn heer te dooden, of zelf door anderen om te komen: hij kiest zelf in het leven te blijven. Hij vroeg haar dan zeggende: "Daar ge mij dwingt tegen mijn wil mijn heer te dooden, welaan laat mij hooren, ook welke wijze dan wij hem te lijf zullen gaan." En zij antwoordde: "uit dezelfde plaats zal de aanval komen, vanwaar hij mij naakt liet zien, en in den slaap zal de slag hem treffen."
12. Toen zij ou hun plan beraamd hadden, en de nacht gekomen was — want Gyges werd niet losgelaten, noch was er voor hem eenige uitweg, doch het moest dat òf hij zelf òf Candaules omkwam, — volgde hij de vrouw