Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/18

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

naar het slaapvertrek. En hem een dolk gevende, verborg ze hem achter de deur. En daarna, toen Candaules in slaap lag, sloop Gyges naar voren en hem doodend verkreeg hij en de vrouw en de heerschappij; van welk feit ook Archilochus van Paros, die terzelfdertijd leefde, in een iambischen trimeter gewag maakt.[1]

13. Zoo verkreeg Gyges de heerschappij en hij werd daarin bevestigd door het orakel in Delphi. Want toen de Lydiërs vertoornd waren over wat Candaules was aangedaan, kwamen de aanhangers van Gyges en de overige Lydiërs overeen, als het orakel hem koning der Lydiërs verklaarde, dat hij heerschen zou; indien niet, dat hij de heerschappij zou teruggeven aan de Heracliden. En het orakel dan antwoordde; en zoo werd Gyges koning. Dit echter zeide de Pythia er nog bij, dat voor de Heracliden wraak zou komen bij den vijfden afstammeling van Gyges. Op deze uitspraak evenwel sloegen zoo min de Lydiërs als hun koningen eenig acht, althans, vóór zij tot vervulling kwam.

14. Zoo dan verkregen de Mermnaden de heerschappij, ze aan de Heracliden ontnomen hebbende. Gyges zond, toe hij koning was geworden, wijgeschenken naar Delphi, niet gering in getal; want de zilveren wijgeschenken in Delphi zijn meerendeels van hem, en behalve het zilver wijdde hij onmetelijk veel goud, zoowel andere voorwerpen als wat het meest de vermelding waard is: mengvaten zes in getal zijn daar door hem gewijd. Deze staan in de corinthische schatkamer, een gewicht hebbend van dertig talenten[2]; om de waarheid te zeggen is deze schatkamer niet van het corinthische volk, maar van Cypselus, zoon van Eëtion. Deze Gyges zond, de eerste

  1. De opmerking over Archilochus is waarschijnlijk ingelascht.
  2. Dertig (attische talenten) = ongev. 800 Kilogram.