Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/199

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ingehouwen, ter grootte van vijfdehalf el[1]; in de rechterhand houdt hij een speer, in de linker een boog, en met de overige uitrusting is het evenzoo, want zij is deels Egyptisch, deels Ethiopisch. Van den eenen schouder naar den anderen over de borst heen loopen ingegrifte heilige Egyptische letters, zeggende: „ik heb dit land met mijn schouders verworven." Wie hij is, en van waar, geeft hij daar niet te kennen, doch op een andere plaats heeft hij dat aangegeven. Enkelen nu, die deze dingen gezien hebben, gissen dat het een beeltenis van Memnon[2] is, doch ver zijn zij van de waarheid af.[3]

107. Toen de Egyptische Sesostris nu terugtrok, en vele menschen medevoerde van de volkeren, wier land hij onderworpen had, toen hij dan op zijn terugtocht bij het Pelusische Daphnae was gekomen, naar de priesters zeiden, noodigde zijn broeder, aan wien Sesostris Egypte had toevertrouwd, hem op een feest en zijn zoons daarbij, en hoopte buiten om het gebouw hout op, en stak het aan. Toen hij dat merkte, beraadslaagde hij terstond met zijn vrouw, want ook deze had hij medegenomen. En zij ried hem aan twee van zijn zoons, die zes in getal waren, op den stapel te leggen en zoo den brand te overbruggen, en dat zij zelven over genen zouden heen loopen en zich redden. Dit deed Sesostris, en twee van zijn zoons

  1. Een Helleensche el was 46 centimeter lang.
  2. H. bedoelt den mythischen Memnon, die volgens Homerus Priamus te hulp was gekomen.
  3. H. zelf schijnt de door hem beschreven beelden onjuist verklaard te hebben; althans bij de door hem opgegeven plaatsen zijn beelden gevonden, die vrij wel met zijn beschrijving overeenkomen, echter geen Egyptisch werk zijn, doch van Hittitischen oorsprong, van een Syrisch ras. Zie Maspéro, H. A. 226.