Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/23

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

tijd bij Periander had doorgebracht, verlangde te reizen naar Italië en Sicilië, en daar veel geld verdiend hebbend, weder naar Corinthus terug wilde keeren. Hij ging dan uit van Tarentum en daar hij niemand méér vertrouwde dan de Corinthiërs, huurde hij een schip met corinthische bemanning; deze echter maakte op zee het plan Arion overboord te werpen en zijn geld te grijpen; hij echter dit bemerkend smeekte hen, terwijl hij hun zijn geld aanbood, doch om zijn leven bad.

Hij overreedde hen echter daarmede niet, doch de scheepslieden bevalen hem, of zichzelven te dooden, opdat hij een graf aan land zou krijgen, of zoo spoedig mogelijk in zee te springen. Arion, tot het uiterste gebracht, smeekte hen toen, daar het door hen nu eenmaal zoo besloten was, hem toe te laten, dat hij in zijn volle feestgewaad staande op het achterschip zingen zou; als hij gezongen had, beloofde hij, zou hij zich ombrengen. En zij, want hun kwam de lust bij het vooruitzicht den besten zanger der menschen te kunnen hooren, weken van den achtersteven naar het midden van het schip. Hij toen, zijn volle gewaad aangetrokken en zijn cither genomen hebbend, ging op de roeibanken staan, en zong den orthischen nomos[1] geheel door, en na het einde van de wijze wierp hij zich in zee, zooals hij was, met zijn gewaad. De anderen nu voeren naar Corinthus, doch hem nam een dolfijn op, zegt men, en bracht hem naar Taenarum. Aan land getreden trok hij naar Corinthus met zijn gewaad, en daar aangekomen deelde hij al het gebeurde mede. Periander evenwel hield Arion uit ongeloof in bewaking, liet hem geenzins vrij, en lette

  1. De orthische nomos is een lied behoorende tot de gezangen van den Apollodienst en van een bepaald metrum.