Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/251

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

DERDE BОЕК.



THALIA.


Tegen dezen Amasis dan trok Cambyses, zoon van Cyrus, op, ook de anderen, over welke hij heerschte met zich voerende, en van de Hellenen de Ioniërs en de Aeoliërs, om de volgende reden: Cambyses had een heraut naar Egypte gestuurd en Amasis zijn dochter gevraagd; hij vroeg deze op aanraden van een Egyptisch man, die dat uit wrok tegen Amasis zoo deed, daar deze hèm juist onder alle artsen in Egypte van zijn vrouw en zijn kinderen losgescheurd en ten geschenke naar de Perzen had gezonden, toen Cyrus tot Amasis had gezonden en hem een arts voor de oogen had gevraagd, die de beste was in Egypte. Uit wrok daarover dan drong de Egyptenaar aan met zijn raad. Cambyses aanzettende Amasis zijn dochter te vragen, opdat hij of haar geven zou en smart hebben, of haar niet geven zou en aan Cambyses gehaat worden. En Amasis, bezorgd en in vrees voor de macht der Perzen wist niet of hij geven zou of weigeren: want wel wist hij, dat Cambyses haar niet als vrouw zou houden, doch als bijzit. Na overleg over die dingen dan deed hij het volgende: er was van Apriës, den vorigen koning, een dochter, zeer groot van gestalte en schoon, de eenige overgeblevene van zijn ge-