Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/252

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

slacht, en haar naam was Nitetis. Dit meisje dan tooide Amasis met gewaad en goud en zond haar naar de Perzen, als zijn eigen dochter. Na eenigen tijd, toen Cambyses haar begroette, haar toesprekend naar haar afkomst, zeide het meisje tot hem: „o koning, ziet ge niet in, dat ge bedrogen zijt door Amasis, die mij met tooi sierde en wegzond, alsof hij zijn eigene gaf, mij, die in waarheid de dochter was van Apriës, welken gene, zijn eigenen heer, doodde, in opstand met de Egyptenaars." Dit woord dan en die reden dreven Cambyses. Cyrus' zoon, in grooten toorn naar Egypte. Zóó nu zeggen de Perzen.

2. De Egyptenaars echter eigenen zich Cambyses toe, bewerend, dat hij uit diezelfde dochter van Apriës zou geboren zijn; want dat Cyrus het was, die tot Amasis zond om zijn dochter en niet Cambyses. Doch dat zeggende, zeggen zij niet goed. Want niet voorwaar is het hun verborgen (want indien ook anderen, kennen ook de Egyptenaars de perzische zeden goed), dat, vooreerst, de zede bij de Perzen geen bastaard koning laat zijn, als er een echte zoon is, en ten tweede, dat Cambyses de zoon was van Cassandane, dochter van Pharnaspes, uit het huis der Achaemeniden, maar niet van de egyptische. Doch zij verdraaien de zaak, daar zij voorgeven aan het geslacht van Cyrus verwant te zijn. En dit nu is zoo.

3. En ook dit verhaal wordt verhaald (mij geenszins geloofelijk), dat een perzische vrouw de vrouwen van Cyrus bezocht, en toen zij schoone en groote kinderen bij Cassandane staan zag, was zij in bewondering en gaf veel lof; doch Cassandane, die de gemalin was van Cyrus, zeide het volgende: „mij, de moeder van zulke kinderen, houdt Cyrus in minachting, doch die hij uit Egypte er bij gekregen heeft, die eert hij." Dat zeide zij, in wrok tegen Nitetis, en de oudste van haar zoons. Cambyses,