Naar inhoud springen

Pagina:Herodotus, Muzen I (vert. v.Deventer 1893).pdf/253

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zeide: „daarom dan, o moeder, zal ik, als ik man ben geworden, in Egypte wat boven is onder keeren, en wat onder is boven." Dat zeide hij, tien jaren oud ongeveer, en de vrouwen verbaasden zich; doch hij onthield het, en daarom dan, toen hij man was geworden en de heerschappij had verkregen, maakte hij den veldtocht tegen Egypte.

4. En tevens geviel ook nog iets anders te geschieden in betrekking tot dien veldtocht: onder de hulptroepen van Amasis was een man, van afkomst een Halicarnassiër, zijn naam was Phanes, flink in verstand en in oorlogszaken moedig. Deze Phanes nu, uit eenigen wrok tegen Amasis, vluchtte op een schip weg uit Egypte, verlangend een onderhoud met Cambyses te hebben. Daar hij nu onder de hulptroepen van niet geringe beteekenis was en alles over Egypte op het nauwkeurigst wist, vervolgde Amasis hem met grooten ijver om hem te vangen, en hij vervolgde hem, daar hij met een trireem den getrouwsten van zijn gesnedenen hem nazond, die hem in Lycië greep, doch na het grijpen niet naar Egypte bracht: want Phanes bedroog hem door slimheid. Want hij maakte de wacht dronken en ontkwam naar de Perzen. En tot Cambyses gegaan, die zich gereed maakte tegen Egypte op te trekken, doch verlegen was over den tocht, hoe hij de woestijn zou doorkomen, verhaalde Phanes genen ook andere zaken van Amasis, en ook den doortocht legde hij uit, dezen raad gevend, dat Cambyses tot den koning der Arabieren zou zenden en vragen den doortocht veilig voor hem te maken.

5. Want daardoor alleen[1] is een bekende toegang tot Egypte. Want van Phenicië tot de grenzen der

  1. nl. door het gebied der Arabieren.