verzoek veiligheid voor den doortocht, trouw gevende en van genen ontvangend.
8. De trouw nu eeren de Arabieren onder menschen zoozeer als die ze het meeste eeren. En zij sluiten ze op de volgende wijze: als twee een bond willen sluiten, gaat een ander man midden tusschen hen in staan, en snijdt met een scherpen steen de binnenzijde van de handen naast de duimen open bij hen, die de trouw willen sluiten; daarna neemt hij van ieders mantel een vlok en besmeert met het bloed zeven voor hen liggende steenen, en dat doende roept hij Dionysus aan en Urania. Als hij dit volbracht heeft, dan stelt de sluiter van de trouw aan zijn vrienden den vreemdeling voor, of den stamgenoot, indien zij met een stamgenoot gesloten is, en dan achten de vrienden ook zelf de trouw te moeten eeren. Van de goden erkennen zij alleen Dionysus en Urania, en zij beweren het haar op de zelfde wijze te scheren, zooals ook Dionysus zelf geschoren is: zij scheren het in een kring om het hoofd weg, terwijl zij rondom de slapen de haren wegnemen. Zij noemen Dionysus Orotalt, en Urania Alilat.
9. Toen nu de Arabier met de van Cambyses gekomene boden trouw had gesloten, verzon hij het volgende: hij vulde kameelhuiden met water en belastte daarmede al zijn levende kameelen, en daarna trok hij naar de woestijn, en wachtte daar het leger van Cambyses op. Dit nu is het meest geloofwaardige verhaal, dat verteld wordt, doch ook het minder geloofwaardige, daar men het toch verhaalt, moet gezegd worden. Er is een groote stroom in Arabië, wiens naam Corys is; hij stroomt uit in de dusgenaamde Roode Zee. Uit dezen stroom nu zou de koning der Arabieren, uit ossenhuiden en andere vellen een leiding samennaaiende, die in lengte naar de