woestijn reikte, door deze leiding dan het water gevoerd hebben, doch in de woestijn groef hij groote vergaarputten, die het water zouden opnemen en bewaren. Van de rivier naar de woestijn is de weg twaalf dagen lang. En naar drie verschillende plaatsen zou hij door drie leidingen het water gebracht hebben.
10. Bij den dusgeheeten pelusischen mond van de Nijl sloeg Psammenitus, de zoon van Amasis, zijn kamp op, en wachtte Cambyses af. Want Amasis zelven vond Cambyses niet levend, toen hij naar Egypte trok, doch Amasis stierf, vier en veertig jaren koning, in welke hem geen enkel groot onheil overkomen was. Na zijn sterven en zijn balseming werd hij begraven in het grafin den tempel, dat hij zelf had gebouwd. Doch terwijl Psammenitus, zoon van Amasis, over Egypte regeerde, geschiedde den Egyptenaars een overgroot wonder voorwaar: het Egyptische Thebae werd beregend, terwijl het vroeger nooit beregend werd, noch later tot op mijn tijd, zooals de Thebanen zelf zeggen. Want Boven-Egypte wordt in ' t geheel niet beregend: doch ook toen werd Thebae slechts met droppen beregend.
11. Toen de Perzen de woestijn waren doorgetrokken, legerden zij zich dicht bij de Egyptenaars om met hen samen te treffen. Toen verzonnen de hulptroepen van de Egyptenaars. Hellenen zijnde en Cariërs, uit toorn tegen Phanes, dat hij een vreemd leger naar Egypte had gevoerd, de volgende daad: Phanes had knapen in Egypte achtergelaten; dezen brachten zij naar het kamp, en in het gezicht des vaders plaatsten zij een mengvat midden tusschen beide kampen in, en voerden daarna de knapen één voor één naar buiten en slachtten hen in het mengvat. Toen zij alle knapen hadden geslacht, goten zij wijn en water in hetzelfde vat, en alle hulpkrijgers dronken van het bloed,