vesting, hieuwen de bemanning als slachters aan stukken en brachten ze in de vesting. Daarop werden de Egyptenaars belegerd en zij gaven zich na eenigen tijd over, doch de naburige Libyers, uit vrees voor wat in Egypte geschied was, gaven zich zelven over zonder strijd, en zij lieten zich een schatting opleggen en zonden gezanten. Zoo ook deden de Cyrenaeërs en de Barcaeërs, het zelfde vreezende als de Libyers, van hun kant hetzelfde. Cam- byses nu nam de geschenken van de Libyers gekomen welwillend aan, doch die van de Cyrenaeërs kwamen , minachtte hij, daar, naar het mij schijnt, zij onaanzienlijk waren (want de Cyrenaeërs hadden vijfhonderd minen zilver gezonden), en hij nam ze en verstrooide ze met eigen hand onder zijn leger.
14. Op den tienden dag, sinds hij de vesting van Memphis veroverd had, liet Cambyses, ter beschimping van den koning der Egyptenaars, Psammenitus, die zes maanden geregeerd had, liet hij dezen met andere Egyptenaars in de voorstad neerzitten, en stelde zijn ziels- kracht op den proef, het volgende doende : hij kleedde zijn dochter in slavinnegewaad en zond haar met een waterkruik naar buiten om water te halen, en met haar zond hij ook ook andere maagden, kiezende deze uit de dochters der eerste mannen en ze kleedende evenals die des konings. Toen de maagden met klagen en geween langs hun vaders voorbij gingen, riepen de andere vaders luid en klaagden, daar zij hun kinderen in mishandeling zagen, Psammenitus echter zag toe en vernam en boog zijn gelaat ter aarde. Toen de waterdraagsters waren voorbij gegaan, zond Cambyses den zoon van genen met tweeduizend egyptische jongelingen van den zelfden leeftijd, den nek met een touw ombonden, den mond dichtgesnoerd. Zij werden weggevoerd om boete te